zondag 12 mei 2013

Ik was op een EVA Weekend!

Lezers.
Onthullend.
Een tijdje geleden ging ik naar mijn eerste Eva- weekend.

Mjet.Wát.is.een.Eva.Weekend. 
Kijk. Een Eva weekend wordt georganiseerd door de mensen van het Eva Magazine, dat zwáár gelinked is aan ons aller EO. Een weekend voor christelijke vrouwen. Jaja.

Wat.dééd.je.daar.dan.
Dus. Ik ging daar 1) héél lekker eten 1a) echt zo ontzettend lekker (ontbijt, lunch én diner) 2) ontspannen 3) inspirerende toespraken aanhoren 4) bidden 5) workshops volgen 6) lekker slapen. Dat laatste had ik wel nodig, want om onduidelijke redenen kreeg ik de week vóór de Eva conferentie serieuze bronchitis. Dat is niet helpend, kan ik u vertellen. Ik kreeg er zelfs anti-biotica voor. Dat is voor mij zo zeldzaam dat ik niet eens wist of ik er misschien allergisch voor was (het antwoord bleek "nee"). Al met al heb ik van donderdag tot en met vrijdag (de vrijdag die een week later plaatsvond, niet de vrijdag direct na genoemde donderdag) op bed gelegen (dochter: "Mama, waarom ruik je zo raar?"). Vrijdag was ik echter voldoende opgeknapt en kon ik in 's avonds in de auto stappen richting Eindhoven, want daar in de buurt zou het allemaal plaatsvinden.

En... hoe ging het? 
Nou. Ik was dus érg moe maar ik heb, op één avond na, alles netjes meegedaan. Lezingen geluisterd, nieuwe contacten opgedaan. Heerlijk genoten van het eten. Gezongen, dat was heel fijn. Het was wel een beetje spannend om alleen te gaan, maar ik ben van het principe dat het goed is om dingen alleen te ondernemen, en ik wil dat blijven doen wanneer ik de kans krijg (en dankzij mijn geweldige echtgenoot P. kan dat ongeveer 3 weekenden per jaar).

Wat heeft het je opgeleverd? 
Tsja! Dat is heel interessant! Ik zal dit toelichten. Op zondagochtend sprak mevrouw Jeanette Westerkamp. Zij heeft een bere-interessante baan - als ik het goed onthouden heb - waarin ze jeugddelinquenten, meisjes, begeleidt. Pittige kost. Ze is ook christen en laatst werd ze ook geïnterviewd in het ND in het kader van 450 jaar Heidelbergse Catechismus. Deze mevrouw kan boeiend spreken. Zo bracht ze het onderwerp "Wandelen met God" ter sprake. Eerst heel direct, door te vragen hoe je zou reageren als God je nú op de schouder zou tikken om je uit te nodigen voor een rondje (zoals wij hier zeggen). Vervolgens door het uit te diepen en de bijbel in te duiken. "Hij heeft u bekendgemaakt, o mens, wat goed is en wat de HERE van u vraagt: niet anders dan recht te doen en getrouwheid lief te hebben, en ootmoedig te wandelen met uw God (Micha 6:8). Dat is praktische kost, dames. Dat is niet ingewikkeld. Het maakte iets in me los. Wandelen met iemand is bijna vanzelf ook in gesprek zijn, overleggen over de route, om je heen kijken, bespreken wat je ziet, enzovoort. Boeiend.

Maar na die lezing gebeurde er nog iets. Het leek klein. Alle deelnemers kregen een opdracht. Zeg tegen je buurvrouw het volgende: "Jij bent Gods geliefde dochter". En dan mag je buurvrouw vervolgens antwoorden: "Ja, ik ben Gods geliefde dochter".

Lijkt simpel?

Mijn buurvrouwen deden dit gesprekje (appeltje-eitje, één-tweetje) eerst met hun eigen buurvrouwen (kennis, vriendin, dochter, moeder, zus, enz. enz.). Toen wendde mijn linkerbuurvrouw (type hartelijke, vriendelijke uitstraling) zich naar mij toe. Ik had mijn bril alvast afgedaan om flink in huilen uit te barsten, dan hadden we dat maar gehad. "Zeg het maar", zei ik. "Jij bent Gods geliefde dochter", zei ze. Ik stortte mij snikkend op de schouder van deze mij tot dan toe onbekende zuster. Als je dit leest, alsnog echt bedankt.

Hoezo? Hoezo ben ik Gods geliefde dochter?

Eerder dat weekend hadden we die prachtige psalm 139 gezongen, je kent er misschien wel stukjes uit:

Gij zijt mij overal nabij,
uw ogen waken over mij
van toen ik vormloos ben ontstaan.
Gij wist hoe het zou verder gaan.
Ja, in uw boek stond reeds te lezen,
wat eens mijn levensweg zou wezen.

Tijdens het zingen was ik ontroerd. Bij het dopen van onze Puck en Tiny (die bij hun geboorte, vijfeneenhalve week te vroeg, ook écht een pukkie en écht tiny waren) zongen we deze psalm, en niet voor niks. Dit ging over mijn dochters. Natúúrlijk vindt God ze prachtig! Dat snap ik heel goed. Geweldig, hoe ze zijn ontstaan, gered, gegroeid. En toen werd het opeens zondagochtend en vertelde mijn buurvrouw mij dat psalm 139 ook over míj zou gaan? Hé? Ik kon er eigenlijk niet bij, maar ergens wist ik ook dat het tóch waar was. Dat ik - ja echt - geliefd ben door de Vader. En niet alleen geliefd, maar ook gemaakt, van mijn wimpers tot de puntjes van mijn tenen, zoals de psalm zegt,

Gij hebt mij immers zelf gemaakt, mij met uw vingers aangeraakt, met toegewijde tederheid
mijn nieren en mijn hart bereid, mij in de moederschoot geweven, mij met uw wonderen omgeven.

Die momenten, die zondagmiddag, hebben mij zó geraakt. Die aandacht die God heeft voor ieder mens, voor ons allemaal, door ons zo te vormen en het leven te geven en met aandacht en liefde ons lichaam (dat ik vaak zo niet- bemin) te weven. Dat is een ongekende gewaarwording geweest. Mijn kinderen, dat was logisch voor mij, Gods liefde voor hen. Maar voor mij ook? Dat had ik niet eerder zo gevoeld. En opeens snapte ik ook dat ik God ook mag eren, prijzen, loven. Dat had ik ook nooit eerder begrepen. "Wat moet Hij met mijn eer?" dacht ik. Om er aan toe te voegen: "Nietig mens". Alsof een mier de zon looft. Wat boeit het de zon. Wat is de mier voor haar. Maar het kan God wel degelijk iets schelen! Hij heeft mij geschapen en liefgehad en Hij wacht om mijn erkenning!

Het klinkt waarschijnlijk vreemd als je geen gelovig mens bent, of als je een beter zelfbeeld hebt dan ik heb/had. Voor mij was het een openbaring en een liefdesbrief tegelijk.

Het zichtbare resultaat was een klein gouden kruisje dat ik de week erna voor mijn verjaardag vroeg. Nooit eerder vond ik mezelf goed genoeg om het te dragen. "Als ik dat omdoe, denken ze dat ik een héle goeie christen ben", dacht ik altijd. Het zou iets zijn waar ik op afgerekend kon worden. Maar na dat Eva weekend wist ik, dat ik zo'n kruisje mag dragen omdat God heel veel liefde voor mij heeft. Dat kruisje herinnert mij daaraan. Ik mag het dragen op goede en op slechte dagen, ik mag het dragen in blije en in boze buien, en aan het eind van de rit maakt dat kleine kruisje om mijn hals niet eens iets uit: het verandert niets aan Gods grenzeloze liefde voor jou, voor mij, voor ons allemaal.

Ik ben Gods geliefde dochter. Halleluja!









6 opmerkingen: